1
verbDefinition (Dutch)
Eerste en derde persoon enkelvoud van 'kunnen'; geeft mogelijkheid of vermogen aan.
'kan
Pronunciation
Examples
Zij kan goed zingen.
Zij kan 'goed 'zingen.
She can sing well.
Synonyms
AI Generated
Loading...
'kan
1
verbDefinition (Dutch)
Eerste en derde persoon enkelvoud van 'kunnen'; geeft mogelijkheid of vermogen aan.
'kan
Pronunciation
Examples
Zij kan goed zingen.
Zij kan 'goed 'zingen.
She can sing well.
Synonyms
AI Generated
2
nounDefinition (Dutch)
Een beker of pot met oor voor vloeistoffen.
'kan
Pronunciation
Examples
Zet de kan melk in de koelkast.
'Zet de 'kan 'melk in de 'koelkast.
Put the jug of milk in the fridge.
AI Generated