1
sustantivo[C]
Cartera o bolso pequeño para llevar dinero, tarjetas bancarias y objetos personales semejantes.
portemon'nee
Pronunciación
Etimología
Borrowed from French porte-monnaie, literally “carries money,” from porter “to carry” and monnaie “money, coinage.”
Ejemplos
Ik heb mijn portemonnee thuis laten liggen.
Ik heb mijn portemon'nee 'thuis laten 'liggen.
Dejé mi cartera en casa.
Ze haalde een munt uit haar portemonnee.
Ze 'haalde een 'munt uit haar portemon'nee.
Sacó una moneda de su cartera.
Zijn portemonnee zat vol bonnetjes en pasjes.
Zijn portemon'nee zat 'vol 'bonnetjes en 'pasjes.
Su cartera estaba llena de recibos y tarjetas.
Sinónimos
Colocaciones
Generado por IA