1
expresión[I]; often used with met iemand or over iets
pelear, discutir o tener una riña con alguien
rúzie máken
Pronunciación
Etimología
From Dutch ruzie (“quarrel, argument”) + maken (“to make”); literally “to make a quarrel.”
Ejemplos
Ruzie maken helpt niemand.
Rúzie máken helpt níemand.
Pelear no ayuda a nadie.
Ik wil geen ruzie maken met mijn broer.
Ik wil géén rúzie máken met mijn bróer.
No quiero pelear con mi hermano.
Stop met ruzie maken over geld.
Stop met rúzie máken over géld.
Dejen de pelear por dinero.
Sinónimos
Antónimos
Colocaciones
ruzie maken met iemand
ruzie maken over iets
geen ruzie maken
voortdurend ruzie maken
Generado por IA