1
aggettivoaggettivo; forma flessa: oneerlijke
disonesto; non veritiero o moralmente retto
onéérlijk
Pronuncia
Etimologia
Dal nederlandese on- ‘non-, senza’ + eerlijk ‘onesto, giusto’.
Esempi
Hij is oneerlijk over zijn cijfers.
Híj is onéérlijk over zijn cíjfers.
È disonesto riguardo ai suoi voti.
Een oneerlijke verkoper verliest snel het vertrouwen van klanten.
Een onéérlijke verkóper verliest snél het vertróuwen van klánten.
Un venditore disonesto perde rapidamente la fiducia dei clienti.
Collocazioni
Generato dall'IA