1
名詞[C]
家や建物の中で、浴槽やシャワーがあり、たいてい洗面台やトイレも備えられている部屋;浴室
bádkamer
発音
語源
オランダ語 bad「浴びること」+ kamer「部屋」からなる合成語。
例文
De badkamer is net schoongemaakt.
De bádkamer is nét schóongemaakt.
浴室はちょうど掃除されたところです。
We hebben een nieuwe badkamer laten plaatsen.
We hébben een níeuwe bádkamer láten pláatsen.
新しい浴室を設置してもらいました。
Ze ging naar de badkamer om haar tanden te poetsen.
Ze gíng naar de bádkamer om haar tánden te póetsen.
彼女は歯を磨くために浴室へ行った。
連語
de badkamer schoonmaken
een badkamer delen
de badkamer verbouwen
naar de badkamer gaan
een nieuwe badkamer
AI生成