1
動詞[T]
食品を乾いた熱に当てて、焼く・トーストする・グリルすること。
róosteren
発音
語源
オランダ語の rooster、もともとは格子または焼き網を意味する語と、動詞化接尾辞 -en に由来する。
例文
De kok roostert de groenten in de oven.
De kók róostert de gróenten in de óven.
料理人は野菜をオーブンで焙る。
We roosteren de koffiebonen langzaam.
We róosteren de kóffiebonen lángzaam.
私たちはコーヒー豆をゆっくり焙る。
Je kunt het brood kort roosteren.
Je kúnt het bróod kórt róosteren.
パンを短時間トーストすることができます。
連語
AI生成