1
zelfstandig naamwoord[C]
Iemand die innig geliefd is; een beminde, schat of geliefde.
gelíefde
Etymologie
Van Afrikaans geliefd, verwant aan Nederlands geliefde, uiteindelijk uit het idee van bemind zijn of dierbaar gehouden worden.
Voorbeelden
My geliefde kom vanaand huis toe.
My gelíefde kom vanáand húis toe.
Mijn geliefde komt vanavond thuis.
Sy skryf 'n brief aan haar geliefde.
Sy skrýf 'n bríef aan haar gelíefde.
Zij schrijft een brief aan haar geliefde.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd