1
zelfstandig naamwoord[C]
Een deken; een groot stuk warm textiel dat wordt gebruikt als bedekking op een bed of om iemand warm te houden.
kómbers
Etymologie
Van Nederlands kombaars of kombers, met de betekenis van een deken of bedekking.
Voorbeelden
Die kombers lê op die bed.
Die kómbers lê op die béd.
De deken ligt op het bed.
Sy het 'n warm kombers oor die kind gegooi.
Sy het 'n wárm kómbers oor die kínd gegóoi.
Ze gooide een warme deken over het kind.
Collocaties
AI-gegenereerd