1
bijvoeglijk naamwoordSmakelijk; aangenaam, plezierig of fijn.
lékker
Etymologie
Van Nederlands lekker, wat “smakelijk, aangenaam” betekent; uiteindelijk verwant aan Germaanse woorden die verbonden zijn met likken of een aangename smaak.
Voorbeelden
Die kos is lekker.
Die kós is lékker.
Het eten is lekker.
Ons het 'n lekker dag gehad.
Ons hét 'n lékker dág gehád.
We hebben een leuke dag gehad.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd