1
zelfstandig naamwoord[C]
Een school; een instelling of plaats waar kinderen of studenten worden onderwezen.
skóol
Etymologie
Van Nederlands school, uiteindelijk uit Latijn schola en Grieks scholē, oorspronkelijk met de betekenis ‘vrije tijd, discussie, college, school’.
Voorbeelden
Ons kinders gaan na die skool.
Óns kínders gáan na die skóol.
Onze kinderen gaan naar school.
Die skool begin om agtuur.
Die skóol begín om ágtuur.
De school begint om acht uur.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd