1
werkwoordVervoegde vormen: 'is' (tegenwoordige tijd), 'was' (verleden tijd).
Basisvorm van het werkwoord die bestaan of een toestand aangeeft.
/veːs/
Voorbeelden
Jy moet geduldig wees.
Je moet geduldig zijn.
Dit sal lekker wees om jou te sien.
Het zal fijn zijn je te zien.
AI-gegenereerd