1
zelfstandig naamwoord[C]
Een kan, kruik of karaf met een handvat en meestal een tuit, gebruikt om vloeistoffen in te bewaren en uit te schenken.
ibrīq
Uitspraak
Etymologie
Borrowed into Arabic from Persian, commonly connected with Persian forms meaning a water-pouring vessel.
Voorbeelden
هذا إبريق من الفخار.
hādhā ibrīq min al-fakhkhār.
Dit is een aarden kan.
اشتريت إبريقًا جديدًا للماء.
ishtaraytu ibrīqan jadīdan lil-māʾ
Ik kocht een nieuwe kan voor water.
صبّت العصير من الإبريق.
ṣabbat al-ʿaṣīra min al-ibrīq
Ze schonk het sap uit de kan.
Collocaties
AI-gegenereerd