1
zelfstandig naamwoord[C]
Echtgenoot; vooral de man, hoewel het in formeel Arabisch ook op een van beide echtgenoten kan slaan.
zawj
Uitspraak
Etymologie
From the Arabic root ز و ج, associated with pairing, joining, and marriage; cognate with related Semitic forms meaning “pair” or “mate.”
Voorbeelden
هذا زوج مخلص.
hādhā zawj mukhliṣ.
Dit is een toegewijde echtgenoot.
قابلت زوجها في الحفل.
qābaltu zawjahā fī al-ḥafl.
Ik ontmoette haar echtgenoot op het feest.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd