1
bijvoeglijk naamwoordVormen: nou, nova, nous, noves.
Dat net gemaakt of verschenen is; dat een eerder exemplaar vervangt.
/ˈnɔw/
Voorbeelden
Tinc un cotxe nou.
Ik heb een nieuwe auto.
Hi ha alguna cosa nova?
Is er iets nieuws?
Antoniemen
AI-gegenereerd