1
werkwoord[T]
Voedsel of drank proeven of van een voorbeeld nemen.
blásu
Etymologie
Van Welsh blas (“smaak, aroma”) met het werkwoordsvormende achtervoegsel -u.
Voorbeelden
Rydw i'n blasu'r cawl.
Rydw i'n blásu'r cáwl.
Ik proef de soep.
Cafodd y plant flasu'r gacen.
Cáfodd y plánt flásu'r gáchen.
De kinderen mochten de cake proeven.
Collocaties
blasu bwyd
blasu gwin
blasu'r cawl
cael blasu
AI-gegenereerd