1
zelfstandig naamwoord[C]
een shirt; een bovenkledingstuk, meestal met kraag, mouwen en knopen
crýs
Etymologie
Uit het Middelwelsh crys, uiteindelijk uit een Keltische vorm die ‘een shirt’ of ‘een tuniek’ betekent.
Voorbeelden
Mae'r crys glas ar y gadair.
Máe'r crýs glás ar y gádair.
Het blauwe shirt ligt op de stoel.
Mae angen crys gwyn arno.
Máe ángen crýs gwýn árno.
Hij heeft een wit shirt nodig.
Golchais i'r crys neithiwr.
Gólchais i'r crýs néithiwr.
Ik heb het shirt gisteravond gewassen.
Collocaties
crys gwyn
crys glas
crys cotwm
crys llewys hir
crys llewys byr
AI-gegenereerd