1
zelfstandig naamwoord[C]
Raam; een opening in een muur, dak of voertuig, meestal met glas, om licht of lucht binnen te laten of om naar buiten te kunnen kijken.
ffénestr
Etymologie
From Latin fenestra ‘window’, with the Welsh initial ff reflecting the borrowed form.
Voorbeelden
Agorodd hi'r ffenestr i gael awyr iach.
Agórodd hí'r ffénestr i gáel áwyr iách.
Ze opende het raam om frisse lucht binnen te laten.
Roedd golau'r haul yn dod drwy'r ffenestr.
Roedd gólau'r hául yn dod drwy'r ffénestr.
Het zonlicht kwam door het raam naar binnen.
Collocaties
AI-gegenereerd