1
zelfstandig naamwoord[C]; vrouwelijk; meervoud: menywod
Een volwassen vrouwelijk mens; een vrouw.
ményw
Etymologie
Uit het Middel-Welsh menyw, verwant aan benyw „vrouwelijk, vrouw”; uiteindelijk uit het Brittonisch.
Voorbeelden
Roedd menyw yn aros wrth y drws.
Róedd ményw yn áros wrth y drws.
Er stond een vrouw bij de deur te wachten.
Daeth menyw ifanc i mewn.
Dáeth ményw ífanc i mewn.
Er kwam een jonge vrouw binnen.
Collocaties
menyw ifanc
menyw oedrannus
hawliau menywod
llais menyw
AI-gegenereerd