1
zelfstandig naamwoord[U]
Pasta; voedsel gemaakt van een deeg van tarwemeel en water, in vormen gebracht en meestal gekookt.
pásta
Etymologie
Ontleend aan het Engelse pasta, uiteindelijk uit het Italiaanse pasta.
Voorbeelden
Dw i'n coginio pasta heno.
Dw i'n cogínio pásta héno.
Ik ben vanavond pasta aan het koken.
Mae'r plant yn hoffi pasta gyda saws tomato.
Máe'r plánt yn hóffi pásta gyda sáws tomáto.
De kinderen houden van pasta met tomatensaus.
Collocaties
pasta ffres
pasta sych
saws pasta
berwi pasta
pasta â saws tomato
AI-gegenereerd