1
werkwoordverbaal substantief; [I], meestal met am
zich zorgen maken; angstig of bezorgd zijn, vooral over iets
póeni
Etymologie
Van het Welsh poen “pijn, ellende, moeite” + het werkwoordsvormende achtervoegsel -i; uiteindelijk verwant aan Latijn poena “straf, boete”.
Voorbeelden
Dw i'n poeni am yr arholiad.
Dw í'n póeni am yr arhóliad.
Ik maak me zorgen over het examen.
Mae hi'n poeni gormod am bethau bach.
Mae hí'n póeni górmod am béthau bách.
Ze maakt zich te veel zorgen over kleine dingen.
Collocaties
AI-gegenereerd