1
zelfstandig naamwoord[C]
echtgenoot; man of vrouw
príod
Etymologie
Uit het Middelwelsh priod, oorspronkelijk in de betekenis van wat passend is of van jezelf; uiteindelijk verwant aan Latijn proprius, ‘van jezelf, passend’.
Voorbeelden
Gwelais y priod yn yr ardd.
Gwélais y príod yn yr árdd.
Ik zag de echtgenoot in de tuin.
Mae priod Siân yn athro.
Mae príod Siân yn áthro.
Siâns echtgenoot is leraar.
Collocaties
AI-gegenereerd