1
zelfstandig naamwoordtelbaar [C]
De hiel; het achterste deel van de menselijke voet onder de enkel.
sáwdl
Etymologie
Uit het Middelwelsh sawdl; vergelijk de variantvorm sodl.
Voorbeelden
Mae sawdl fy esgid wedi treulio.
Máe sáwdl fy ésgid wedi tréulio.
De hiel van mijn schoen is versleten.
Torrais fy sawdl wrth redeg.
Tórrais fy sáwdl wrth rédeg.
Ik heb mijn hiel bezeerd tijdens het hardlopen.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd