1
zelfstandig naamwoordDe periode van zonsondergang tot zonsopgang; het donkere deel van de dag.
nát
Uitspraak
Voorbeelden
God nat!
Gód nát!
Goede nacht!
Jeg arbejder om natten.
Jeg ár-bej-der om nát-ten.
Ik werk 's nachts.
AI-gegenereerd
Laden...
nát
nacht
1
zelfstandig naamwoordDe periode van zonsondergang tot zonsopgang; het donkere deel van de dag.
nát
Uitspraak
Voorbeelden
God nat!
Gód nát!
Goede nacht!
Jeg arbejder om natten.
Jeg ár-bej-der om nát-ten.
Ik werk 's nachts.
AI-gegenereerd