1
voegwoordWordt gebruikt in vergelijkingen en in tijdelijke bijzinnen die eenmalige gebeurtenissen in het verleden aanduiden.
áls
Uitspraak
Voorbeelden
Er ist größer als sein Bruder.
Hij is langer dan zijn broer.
Als ich jung war, spielte ich oft draußen.
Toen ik jong was, speelde ik vaak buiten.
AI-gegenereerd