1
voorzetselGeeft de herkomst, het materiaal of het uitgangspunt van een beweging aan.
áus
Uitspraak
Voorbeelden
Er kommt aus Deutschland.
Er kómmt aus Déutschland.
Hij komt uit Duitsland.
Die Tasse ist aus Porzellan.
Die Tásse ist aus Porzellán.
Het kopje is van porselein.
Synoniemen
AI-gegenereerd