1
zelfstandig naamwoord[C, U]; vrouwelijk in het standaardduits: die Cola; onzijdig das Cola wordt ook regionaal gebruikt, vooral in Oostenrijk
Een zoete, meestal bruine, koolzuurhoudende frisdrank met de smaak van kolanoot of vergelijkbare smaakstoffen.
'Cola
Uitspraak
Etymologie
Ontleend aan Engels cola, uiteindelijk van Kola, verwijzend naar de kolanoot die vroeger als smaakstof en bron van cafeïne werd gebruikt.
Voorbeelden
Ich trinke eine kalte Cola.
'Ich 'trinke eine 'kalte 'Cola.
Ik drink een koude cola.
Die Cola steht im Kühlschrank.
Die 'Cola steht im 'Kühlschrank.
De cola staat in de koelkast.
Wir haben noch zwei Colas bestellt.
Wir 'haben noch zwei 'Colas be'stellt.
We hebben nog twee cola's besteld.
Synoniemen
Collocaties
Cola trinken
eine Cola bestellen
kalte Cola
Cola Light
Cola Zero
AI-gegenereerd