1
zelfstandig naamwoord[U]
bevroren water; ijs, vooral als stof of oppervlak
Éis
Uitspraak
Etymologie
Van Middelhoogduits en Oudhoogduits īs, uit een Germaans woord dat ‘ijs’ betekent.
Voorbeelden
Das Eis auf dem See ist dick.
Das Éis auf dem Sée ist díck.
Het ijs op het meer is dik.
Im Winter bildet sich Eis auf den Straßen.
Im Wínter bíldet sich Éis auf den Stráßen.
In de winter vormt zich ijs op de wegen.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd