1
bijvoeglijk naamwoordpredicatief of attributief bijvoeglijk naamwoord
verlicht; zich minder bezorgd, angstig of belast voelend
er'leichtert
Uitspraak
Etymologie
Voltooid deelwoord van het Duitse erleichtern, van er- + leicht ‘licht, gemakkelijk’, oorspronkelijk met de betekenis ‘lichter of gemakkelijker maken.’
Voorbeelden
Ich bin erleichtert, dass alles gut gegangen ist.
Ich bin er'leichtert, dass 'alles gut ge'gangen ist.
Ik ben opgelucht dat alles goed is afgelopen.
Sie wirkte sichtlich erleichtert.
Sie 'wirkte 'sichtlich er'leichtert.
Ze keek duidelijk opgelucht.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd