1
bijvoeglijk naamwoordgescheiden; niet langer wettelijk gehuwd
geschíeden
Uitspraak
Etymologie
Voltooid deelwoord van Duits scheiden, uit het Oudhoogduitse sceidan, met de betekenis ‘scheiden, verdelen’.
Voorbeelden
Sie ist seit zwei Jahren geschieden.
Síe íst seit zwéi Jáhren geschíeden.
Zij is al twee jaar gescheiden.
Meine Eltern sind geschieden.
Méine Éltern sínd geschíeden.
Mijn ouders zijn gescheiden.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd