1
voorzetselsamentrekking van 'in het'; geeft plaats of tijdsduur aan.
ím
Uitspraak
Voorbeelden
Er arbeitet im Krankenhaus.
Er árbeitet im Kránkenhaus.
Hij werkt in het ziekenhuis.
Im Sommer fahren wir ans Meer.
Im Sómmer fáhren wir ans Méer.
In de zomer gaan we naar de zee.
AI-gegenereerd