1
voorzetselGeeft de plaats aan waar iets zich bevindt of naartoe beweegt, evenals tijdsperioden.
ín
Uitspraak
Voorbeelden
Sie wohnt in Berlin.
Sie wóhnt in Berlín.
Ze woont in Berlijn.
Das Konzert findet in einer Stunde statt.
Das Konzért fíndet in einer Stúnde státt.
Het concert vindt over een uur plaats.
AI-gegenereerd