1
zelfstandig naamwoord[C]
Een aardappel: de eetbare, zetmeelrijke knol van een gecultiveerde plant, die gewoonlijk wordt gekookt en als groente gegeten.
Kartóffel
Uitspraak
Etymologie
Van ouder Duits Tartuffel, uiteindelijk van Italiaans tartufolo, een verkleinvorm van tartufo ‘truffel’, omdat de knollen met truffels werden vergeleken.
Voorbeelden
Die Kartoffel ist noch heiß.
Díe Kartóffel íst nóch héiß.
De aardappel is nog heet.
Ich schäle eine Kartoffel für die Suppe.
Ích schäle eine Kartóffel für die Súppe.
Ik schil een aardappel voor de soep.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd