1
werkwoordIn leven zijn; op een plaats wonen of verblijven.
lé-ben
Uitspraak
Voorbeelden
Sie lebt seit zehn Jahren in Hamburg.
Sie lébt séit zéhn Jáh-ren in Hám-burg.
Ze woont al tien jaar in Hamburg.
Synoniemen
AI-gegenereerd
Laden...
lé-ben
leven
1
werkwoordIn leven zijn; op een plaats wonen of verblijven.
lé-ben
Uitspraak
Voorbeelden
Sie lebt seit zehn Jahren in Hamburg.
Sie lébt séit zéhn Jáh-ren in Hám-burg.
Ze woont al tien jaar in Hamburg.
Synoniemen
AI-gegenereerd
2
zelfstandig naamwoordHet bestaan van een levend wezen; de totaliteit van de ervaringen van een persoon.
Lé-ben
Uitspraak
Voorbeelden
Das Leben ist voller Überraschungen.
Das Lé-ben ist vól-ler Ü-ber-rá-schun-gen.
Het leven zit vol verrassingen.
Synoniemen
AI-gegenereerd