1
zelfstandig naamwoord[U]; vrouwelijk: de melk; meestal geen meervoud
melk; de witte vloeistof die door vrouwelijke zoogdieren, vooral koeien, wordt geproduceerd en als voedsel of drank wordt gebruikt
Mílch
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelhoogduits milch, uit het Oudhoogduits miluh, verwant aan het Germaanse werkwoord dat ‘melken’ betekent.
Voorbeelden
Die Milch steht im Kühlschrank.
Die Mílch stéht im Kúhlschrank.
De melk staat in de koelkast.
Ich trinke meinen Kaffee mit Milch.
Ich trínke meinen Káffee mit Mílch.
Ik drink mijn koffie met melk.
Frische Milch sollte kühl gelagert werden.
Frísche Mílch sollte kúhl gelágert wérden.
Verse melk moet koel worden bewaard.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd