1
zelfstandig naamwoord[C]; vrouwelijk; meervoud Mütter
een vrouwelijke ouder; iemands moeder
Mútter
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelhoogduits muoter, uit het Oudhoogduits muoter, verwant aan Engels mother en Latijn mater.
Voorbeelden
Meine Mutter kommt heute zu Besuch.
Méine Mútter kommt héute zu Besúch.
Mijn moeder komt vandaag op bezoek.
Sie ist seit zwei Jahren Mutter.
Sie ist seit zwei Jáhren Mútter.
Ze is al twee jaar moeder.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd