1
bijvoeglijk naamwoordpredicatief of attributief bijvoeglijk naamwoord
open; niet gesloten, dicht, bedekt of verzegeld
óffen
Uitspraak
Etymologie
Van Middelhoogduits offen, van Oudhoogduits offan, verwant aan Engels open.
Voorbeelden
Das Fenster ist offen.
Das Fénster ist óffen.
Het raam is open.
Lass die Tür offen.
Láss die Tǘr óffen.
Laat de deur open.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd