1
zelfstandig naamwoord[U]
de eetbare korrels van een graanplant, meestal gekookt en gegeten als basisvoedsel
Réis
Uitspraak
Etymologie
Van het Middelhoogduitse rīs, uiteindelijk uit het Latijnse oryza, uit het Griekse oryza, van oosterse oorsprong.
Voorbeelden
Ich koche Reis zum Abendessen.
Ích kóche Réis zum Ábendessen.
Ik kook rijst voor het avondeten.
Zu diesem Curry passt Reis sehr gut.
Zu díesem Cúrry pásst Réis séhr gút.
Rijst past heel goed bij deze curry.
In vielen Ländern ist Reis ein Grundnahrungsmittel.
In víelen Lǽndern íst Réis ein Grúndnahrungsmittel.
In veel landen is rijst een basisvoedingsmiddel.
Collocaties
Reis kochen
gekochter Reis
brauner Reis
Reis mit Gemüse
eine Portion Reis
AI-gegenereerd