1
werkwoord[I]
staan; rechtop op de voeten zijn of in een verticale positie zijn
'stehen
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelhoogduits stēn, uiteindelijk uit het Oudhoogduits stān, verwant aan het Engelse stand.
Voorbeelden
Er steht vor der Tür.
Er 'steht vor der 'Tür.
Hij staat voor de deur.
Bitte bleiben Sie hier stehen.
'Bitte 'bleiben Sie hier 'stehen.
Blijf hier alstublieft staan.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd