1
werkwoord[T]
iets droog maken; vocht uit iets verwijderen
'trocknen
Uitspraak
Etymologie
From Middle High German trockenen, derived from trocken “dry”; related to Old High German truckan “dry”.
Voorbeelden
Ich trockne die Hände mit einem Handtuch.
'Ich 'trockne die 'Hände mit einem 'Handtuch.
Ik droog mijn handen af met een handdoek.
Sie trocknet ihr Haar vor dem Spiegel.
'Sie 'trocknet ihr 'Haar vor dem 'Spiegel.
Zij droogt haar haar voor de spiegel.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd