1
bijvoeglijk naamwoordpredicative and attributive adjective; often with in + accusative
verliefd; romantische genegenheid voor iemand voelend
verlíebt
Uitspraak
Etymologie
Past participle of German verlieben, from ver- + lieben ‘to love’.
Voorbeelden
Sie ist in ihren Kollegen verliebt.
Síe íst in íhren Kollégen verlíebt.
Ze is verliefd op haar collega.
Er hat sich Hals über Kopf verliebt.
Ér hát sich Háls über Kópf verlíebt.
Hij werd halsoverkop verliefd.
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd