1
bijvoeglijk naamwoordpredicatief adjectief; vaak met mit of miteinander
verwant door bloed of huwelijk; behorend tot dezelfde familie of verwantengroep.
ver'wandt
Uitspraak
Etymologie
Van Middelhoogduits verwant, oorspronkelijk een voltooid deelwoord met ongeveer de betekenis ‘naar iets toe gekeerd, verbonden’; verwant met wenden ‘draaien, keren’.
Voorbeelden
Wir sind miteinander verwandt.
'Wir 'sind mitein'ander ver'wandt.
Wij zijn onderling verwant.
Sie ist mit ihm verwandt.
'Sie 'ist mit 'ihm ver'wandt.
Zij is met hem verwant.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd