1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een worst; een voedingsmiddel van gekruid fijngehakt vlees, meestal in een velletje, gegeten gekookt, gepekeld of in plakken.
'Wurst
Uitspraak
Etymologie
Van het Middelhoogduitse en Oudhoogduitse wurst, uiteindelijk verwant aan een Germaanse wortel die iets gedraaids of gewrongens betekent.
Voorbeelden
Ich esse gern Wurst mit Brot.
'Ich 'esse 'gern 'Wurst mit 'Brot.
Ik eet graag worst met brood.
Auf dem Grill liegen drei Würste.
Auf dem 'Grill 'liegen 'drei 'Würste.
Op de grill liggen drie worsten.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd