1
bijvoeglijk naamwoordbijvoeglijk naamwoord; vaak gebruikt met mit + datief; vergrotende trap zufriedener, overtreffende trap am zufriedensten
tevreden of blij met iemand of iets; het gevoel hebbend dat iets goed genoeg is of aan de verwachtingen voldoet
zu'frieden
Uitspraak
Etymologie
Van Duits zu Frieden, letterlijk ‘in vrede’; verwant aan Friede/Frieden ‘vrede’.
Voorbeelden
Ich bin mit dem Ergebnis zufrieden.
'Ich bin mit dem Er'gebnis zu'frieden.
Ik ben tevreden met het resultaat.
Bist du mit deiner Arbeit zufrieden?
'Bist du mit 'deiner 'Arbeit zu'frieden?
Ben je tevreden met je werk?
Die Kunden waren sehr zufrieden.
Die 'Kunden waren 'sehr zu'frieden.
De klanten waren erg tevreden.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd