1
zelfstandig naamwoord[C]
Een regeling bij een bank of bedrijf waarmee iemand geld kan bewaren, ontvangen, uitgeven of lenen, of een dienst kan gebruiken.
/əˈkaʊnt/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelengelse account, uit het Oudfranse acont, verwant aan aconter, wat “tellen, berekenen” betekent, uiteindelijk uit het Latijn computare “berekenen”.
Voorbeelden
I opened a savings account at the bank.
/aɪ ˈoʊpənd ə ˈseɪvɪŋz əˈkaʊnt æt ðə bæŋk/
Ik heb een spaarrekening geopend bij de bank.
She paid the bill from her online account.
/ʃi peɪd ðə bɪl frəm hɝ ˈɑnlaɪn əˈkaʊnt/
Ze betaalde de rekening via haar online rekening.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd