1
bijvoeglijk naamwoordpredicatief bijvoeglijk naamwoord; vaak gebruikt met of of to
zich angstig voelend; bang omdat iets gevaarlijk, pijnlijk of onaangenaam kan zijn
/əˈfreɪd/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelengelse affraied, het voltooid deelwoord van affraien, wat ‘verbijsteren, bang maken’ betekent, afkomstig van Anglo-Normandische en Oudfranse vormen die verwant zijn aan esfreer, ‘verontrusten, verschrikken’.
Voorbeelden
She was afraid of the dark.
/ʃi wəz əˈfreɪd əv ðə dɑrk/
Ze was bang voor het donker.
The children were afraid to go outside.
/ðə ˈtʃɪldrən wɝ əˈfreɪd tə ɡoʊ aʊtˈsaɪd/
De kinderen waren bang om naar buiten te gaan.
Collocaties
AI-gegenereerd