1
zelfstandig naamwoord[C]
Een hoeveelheid van iets, vooral wanneer het niet in afzonderlijke eenheden wordt geteld.
/əˈmaʊnt/
Uitspraak
Etymologie
Van het Oudfranse amonter, met de betekenis ‘omhoog gaan’ of ‘bedragen’, van een mont (‘omhoog’), uiteindelijk uit het Latijn ad (‘naar’) + montem (‘berg’).
Voorbeelden
A small amount of sugar improves the sauce.
/ə smɔːl əˈmaʊnt əv ˈʃʊɡər ɪmˈpruːvz ðə sɔːs/
Een kleine hoeveelheid suiker verbetert de saus.
There was a surprising amount of traffic this morning.
/ðer wəz ə sərˈpraɪzɪŋ əˈmaʊnt əv ˈtræfɪk ðɪs ˈmɔːrnɪŋ/
Er was vanmorgen een verrassende hoeveelheid verkeer.
Collocaties
AI-gegenereerd