1
zelfstandig naamwoord[C]
Een taak of werkstuk dat iemand moet doen, vooral als onderdeel van een baan of studie.
/əˈsaɪnmənt/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudfranse assignement, van assigner, uiteindelijk uit het Latijn assignare, wat ‘aftekenen, toewijzen, toekennen’ betekent.
Voorbeelden
The teacher gave us a difficult assignment.
/ðə ˈtiːtʃər ɡeɪv ʌs ə ˈdɪfɪkəlt əˈsaɪnmənt/
De leraar gaf ons een moeilijke opdracht.
I finished the assignment before dinner.
/aɪ ˈfɪnɪʃt ði əˈsaɪnmənt bɪˈfɔːr ˈdɪnər/
Ik heb de opdracht vóór het avondeten afgemaakt.
Collocaties
AI-gegenereerd