1
zelfstandig naamwoord[C]
Een container, meestal van gevlochten materiaal, gebruikt om dingen in te dragen of op te bergen.
/ˈbæs.kɪt/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelengels basket, waarschijnlijk uit het Anglo-Normandisch of Oudnoordfrans basket, van uiteindelijk onzekere herkomst.
Voorbeelden
She put the apples in a basket.
/ʃi pʊt ði ˈæp.əlz ɪn ə ˈbæs.kɪt/
Ze deed de appels in een mand.
A woven basket sat by the door.
/ə ˈwoʊ.vən ˈbæs.kɪt sæt baɪ ðə dɔr/
Een gevlochten mand stond bij de deur.
Collocaties
AI-gegenereerd