1
zelfstandig naamwoord[C]
Een nauwsluitende gebreide muts, meestal gedragen bij koud weer.
/ˈbiːni/
Uitspraak
Etymologie
Waarschijnlijk van het informele Engelse bean, met de betekenis ‘hoofd’, plus het verkleiningsachtervoegsel -ie.
Voorbeelden
She pulled a beanie over her ears before going outside.
/ʃi pʊld ə ˈbiːni ˈoʊvər hɚ ɪrz bɪˈfɔr ˈɡoʊɪŋ ˌaʊtˈsaɪd/
Ze trok een muts over haar oren voordat ze naar buiten ging.
I bought a wool beanie for the ski trip.
/aɪ bɔt ə wʊl ˈbiːni fər ðə ski trɪp/
Ik kocht een wollen muts voor de skivakantie.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd