1
zelfstandig naamwoord[C]
Een groot, zwaar zoogdier met dikke vacht, een korte staart en sterke klauwen.
/bɛər/
Uitspraak
Etymologie
Van het Oudengels bera, verwant aan het Duitse Bär en het Nederlandse beer.
Voorbeelden
A bear wandered near the campsite.
/ə bɛər ˈwɑːndərd nɪr ðə ˈkæmpsaɪt/
Er liep een beer in de buurt van de camping rond.
We saw a bear fishing in the river.
/wi sɔː ə bɛər ˈfɪʃɪŋ ɪn ðə ˈrɪvər/
We zagen een beer vissen in de rivier.
Collocaties
AI-gegenereerd